Direct contact opnemen met kerkelijk bureau of scriba algemene kerkenraad.

Meditaties

De jonge en de oude Izak

... De oude en de jonge Izak

DE JONGE EN DE OUDE IZAK

‘… dat hij zijn oudste zoon Ezau riep…’

Genesis 27:1 midden

Levensavond

In Genesis 27 lees je hoe Izak zijn jongste zoon Jakob zegent. Izak is in de levensavond gekomen. Als jongen had hij de dood in de ogen gezien, toen zijn vader Abraham hem bijna had geofferd op de berg Moria. Dat is ruim een eeuw geleden. Nu weet hij dat zijn levenseinde nadert. En hij schuift niet als veel mensen de zaak voor zich uit. Er zijn dingen te regelen met het oog op ons sterven. Het meest nodige is dat we door geloofsovergave aan Christus vrede met God hebben. Izak wist het. Deze aartsvader heeft de Heere Jezus in de belofte van verre gezien, geloofd en omhelsd. Op de berg Moria heeft hij het lam gezien waarin God voorzien had, dat wees naar het grote Lam van God dat de zonden van de wereld wegdraagt. Daarom is Izak niet bang om te sterven.

Het verkeerde adres

Maar voordat hij sterft moet nog iets belangrijks gebeuren. Hij moet zijn zoon zegenen. Dat is meer dan een familiekwestie. Izak is drager van de belofte die God aan Abraham gedaan had. De zegen van die belofte moet Izak aan zijn zoon doorgeven. Maar in plaats van dat hij Jakob ontbiedt, roept hij Ezau bij zich. Dat lijkt heel normaal. Ezau was de oudste zoon. Toch is Izak met het doorgeven van de zegen aan het verkeerde adres. En hij kon beter weten. Ongetwijfeld heeft Rebekka hem verteld van dat geheim dat twee volken in haar buik waren, en dat de meerdere de mindere zou dienen. Toch gaat Izak Ezau zegenen! Zijn persoonlijke voorkeur voor Ezau weegt hem zwaarder dan de uitdrukkelijke wil van God.

Zoek de Heere vroeg

is nou zo’n bijbelse geloofsheld! De man die zich vrijwillig overgaf op de berg Moria. Maar zijn laatste wilsbeschikking gaat lijnrecht tegen de beschikking van God in. De overgave die Izak als jongeman had, heeft hij in de ouderdom niet. Het is gewoon niet waar dat geloven je gemakkelijker afgaat naarmate je ouder wordt. Misschien is dat de gedachte van een jongere die dit leest: leven met God is iets voor oudere mensen, als de aardigheid eraf is, als er niet veel meer te genieten valt. Dan wordt het tijd om God te zoeken. Of als je een beetje gesetteld bent en je de wilde haren kwijt bent. Dat is vroeg genoeg om er ernst mee maken. Maar dat is een vergissing. Je jeugd is de beste tijd om tot bekering te komen. Je ziet het bij Izak. Als kind kon hij buigen voor God. Maar nu is het moeilijk voor hem. Zijn geloofsspieren zijn stijf geworden. Geloven moet je leren in je jeugd. Dat is de levensfase bij uitstek waarin de Geest in je hart wil werken. Lees Prediker 12 vers 1. En bent u ouder geworden, wees dan biddend bezig met Jesaja 45 vers 19.

 

Naar overzicht

Geplaatst door:

ds. H. Russcher

Datum:

8 oktober 2018

Deze website is ontwikkeld in samenwerking met: