Direct contact opnemen met kerkelijk bureau of scriba algemene kerkenraad.

Meditaties

Het Huis van God

... Het Huis van God

Het Huis van God

“Heer, ik heb het huis waar U woont lief,

de plaats waar uw glorie verblijft” Psalm 26: 8.

David houdt van Gods huis, de tabernakel. Daar ziet hij de offerdienst en mag hij de genade van God ervaren. Immers, het offerlam draagt de schuld. Ook van Davids leven. Volmaakt is hij niet, al wordt hij hier ten onrechte beschuldigt. Machteloos tegen die laster zoekt hij hulp bij God in het heiligdom, de plaats ook van gebed. En wie dat doet wordt nooit beschaamd.

Die liefde voor Gods huis kennen ook wij. Hoe lief is ons onze kerk met de diensten. Nee, niet omdat de kerk, en de kerkmensen, volmaakt is. Maar omdat God er woont. Want daar is Hij aanwezig in de verkondiging van zijn woord. Daar kunnen we onze zorgen kwijt raken en mogen we opleven. Daar klinkt het evangelie van Gods liefde in Jezus Christus. Een liefde die we mogen zien en proeven in de viering van de sacramenten. Zo ontvangen wij de woorden van leven en uitzicht in een donkere wereld. Daardoor wordt ook voor ons het huis van God tot een oord van vreugde en verwondering.

En zo kunnen we de wereld weer in, gedragen door Gods zegen. Al staat dit in Numeri 6 in een wensvorm, we mogen er zeker van zijn dat die zegen van de Here ons vergezelt. Dat zegt Gods belofte uit het volgende vers overduidelijk: …”en Ik zal hen zegenen.”

David zingt. En wij mogen zijn lied van dank en verwondering mede aanheffen.

In de prachtige bundel van Jaap Kronenburg: “Zij hebben witte klederen aan” staat het bijzondere gedicht “Kerkgang”

De klokken roepen – het orgel speelt.

Een lichte melodie jubelt de hemel open,

En als we zwijgend komen binnenlopen,

verrijst voor onze geest het Christusbeeld.


Het orgel zwijgt, de klokken worden stil.

Nu staan we biddende gebogen.

Gij moet, o Heer, steeds weer opnieuw gedogen

het bruut verweer van onze dwarse wil.

We luisteren hong’rig, en Gij deelt Uw brood.

Gíj weet honger en pijn zo goed te stillen.

Als wij op onze wonden maar Uw balsem willen,

zullen we voorgoed ontkomen aan de dood:

We laten over onzer hoofden stil Uw zegen gaan.

Dan worden we weer in het volle leven opgenomen.
Maar elke rustdag zullen we weer tot U komen,

en met gebogen hoofden voor U staan.

Naar overzicht

Geplaatst door:

ds. D. Poortman

Datum:

24 augustus 2026

Deze website is ontwikkeld in samenwerking met: