Direct contact opnemen met kerkelijk bureau of scriba algemene kerkenraad.

Meditaties

Niet bevreesd

... Nee, we putten geen moed uit de omstandigheden, want die liegen er niet om

Niet bevreesd

Wees niet bevreesd, wormpje Jakob, volkje Israël, Ik help u, spreekt de HERE, uw Verlosser is de Heilige van Israël.

(Jes. 41 : 14)

Mooie woorden zijn dat, zo rustgevend, aan het begin van weer een mooie dag.

Maar als je dan leest waar die woorden in de Bijbel staan ….

Dan is dat vaak op heel kritieke momenten, waar alle reden is om te vrezen.

Neem Jes. 41. Het volk Israël – eigenlijk Juda, de twee stammen – is in Babel, nu al 70 jaar. En dat heeft z’n sporen nagelaten. Er is weinig van het volk over, een rest, een wormpje, als je er op trapt is het weg. Daar valt weinig meer van te verwachten. Daar kun je alleen nog vrezen voor wat komt.

Hoe dat zover gekomen is?

Toen ze Kanaän naderden, had Mozes gezegd: Als jullie naar de HERE horen en Hem dienen, zal Hij je zegenen. Maar Mozes had ook gezegd: Als jullie God verlaten, dan ben je aan de goden overgeleverd. En dat is gebeurd. Lang zongen ze nog wel het hoogste lied, maar de HERE klaagde: Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij. Daarom is dit hun overkomen, door eigen schuld zijn ze aan de goden van Babel overgeleverd, machteloos, reddeloos.

Maar dan is daar die stem: Wees niet bevreesd!

Waarom niet? Omdat er meer is dan de omstandigheden, meer dan schuld zelfs.

God is er ook nog. Ik help u, zegt de HERE. En dat is niet zomaar, Hij is de Verlosser, of ook wel: de Losser. Dat is de naaste, die een familielid moest loskopen als die aan lagerwal geraakt was, ook als dat door eigen schuld gebeurd was. Dat is dus wat God zegt: Jullie zijn wel door eigen schuld daar in Babel terecht gekomen, maar Ik ben er ook nog. Ik kom om jullie los te kopen uit nood en schuld. En daarin is de God van Israël anders dan de goden. Goden laten je vallen als een baksteen. De God van Israël raapt je weer op als jij gevallen bent. Ik grijp u bij uw rechterhand, zegt Hij. Aan mijn hand mag jij de toekomst tegemoet gaan. Zo is Israël teruggekeerd in Kanaän, die rest. Omdat God nooit loslaat wat zijn hand begon.

Gods werk gaat door, ook als zijn volk vastloopt.

Dat geldt nog. Om ons heen zien we de kaalslag van de kerk, niet eens ver weg. En herkennen we niet iets van die schuld van Israël? We zongen uit volle borst, maar was ons hart echt op de HERE betrokken? Gingen we niet veel meer onze eigen gang? Aangespoord door de goden van de tijd wellicht, maar we waren vaak ver van het spoor van Gods geboden en beloften. Zou het daardoor gekomen zijn, dat we als kerk in de marge terecht gekomen zijn? Een rest, aan de goden overgeleverd.

En dan?

Nee, we putten geen moed uit de omstandigheden, want die liegen er niet om. Maar ons wordt moed ingesproken door die stem: Ik ben er ook nog, Uw Helper, Uw Losser. Er is hoop voor de gemeente van Christus, ook nu. Wil dat zeggen, dat er glorie voor de gemeente in het verschiet ligt? Toen Israël terugkeerde, is het nooit meer geworden zoals het was ten tijde van David en Salomo. Oude tijden keren niet terug en daar moet je ook niet naar verlangen. God roept ons op om te keren naar Hem. Want de toekomst is aan Hem. Dan kan de gemeente hier gesnoeid worden, maar dan groeien er elders nieuwe loten. Want Gods werk gaat door. Onweerstaanbaar. Daarom zullen de poorten der hel zijn gemeente niet overweldigen.

Wees niet bevreesd!

G. J. van Steeg

Naar overzicht

Geplaatst door:

Ds. G.J. van Steeg

Datum:

1 september 2026

Deze website is ontwikkeld in samenwerking met: